Autisme

De term autisme wordt vaak gebruikt voor meerdere aandoeningen in het autistisch spectrum. Echter autisme is één van de autismespectrumstoornissen (ASS). Hieronder vallen naast autisme ook PDD NOS, het syndroom van Asperger en een aantal minder vaak voorkomende stoornissen.

Symptomen

Vaak is iemand met autisme gefascineerd door één of enkele specifieke handelingen en voorwerpen. Het afwijkende gedrag kan een groot probleem zijn voor de sociale samenhang binnen een gezin. De uitingsvormen van autisme zijn divers, met grote individuele verschillen. De diagnose (klassiek autisme, Asperger, of PDD-NOS) zegt daarmee niet zoveel over de kenmerken van autisme en het functioneren van een individu. Mensen met autisme hebben een achterstand of functioneren niet normaal op drie gebieden. Deze gebieden zijn:

  1. Communicatie (zowel verbaal als non-verbaal);
  2. Sociaal begrip en interactie (omgaan met andere mensen);
  3. Stereotype gedragingen en interesses.

De hersenmeting (QEEG)

Bij volwassenen en kinderen met autismespectrumstoornissen zijn vaak verschillen tussen de linker- en rechterhersenhelft in de trage hersengolven meetbaar. Er wordt nog wel veel onderzoek naar deze bevindingen gedaan. Bij kinderen met een autismespectrumstoornis wordt vaker epileptiforme activiteit gemeten dan bij kinderen zonder klachten.Daarnaast lijken de hersenen van mensen met autisme ook anders te reageren op het zien van bewegingen dan mensen zonder autisme.

Bij mensen zonder autisme reageren de hersenen wanneer zij kijken naar de beweging die een andere persoon maakt op een specifieke manier. Deze reactie van de hersenen is bij mensen zonder autisme hetzelfde als wanneer zij zelf bewegen. Bij mensen met autisme reageren de hersenen wel op deze specifieke manier wanneer zij zelf bewegen. Maar wanneer zij kijken naar de beweging van een ander, blijft deze reactie uit of is deze veel minder sterk.

Een andere observatie bij kinderen met autisme vormt een veranderde koppeling tussen verschillende gebieden van de hersencortex. Bij autisme blijkt de koppeling tussen sommige gebieden veel hoger en tussen andere gebieden veel lager dan normaal te zijn.

Neurofeedback

De golven in het QEEG die veranderen bij het uitvoeren of observeren van bewegingen worden mu-golven genoemd. Mu-golven komen voor bij de motorische gebieden die op de lijn tussen beide oren liggen. Onderzoekers hebben aangetoond dat neurofeedback van mu-golven bij mensen met autisme leidt tot verbeterde aandacht en een vermindering van typisch autistisch gedrag.

De neurofeedbackprotocollen die ingezet worden bij ADHD (theta/bèta-training) zijn ook bij mensen met autisme vaak zinvol. Vooral bij kinderen met PDD-NOS en het syndroom van Asperger worden positieve resultaten behaald, die vaak zijn terug te voeren op verbeterde alertheid en concentratie.

Ook andere vormen van neurofeedback leiden tot verbeteringen in het gedrag bij autisme. Er zijn speciale technieken ontwikkeld om de samenwerking tussen hersengebieden te trainen met neurofeedback. Bij mensen met autisme is deze samenwerking vaak te hoog of net te laag. Bij een te hoge samenwerking (ook wel koppeling genoemd) kan neurofeedback zorgen voor vermindering van de symptomen van de ziekte. Deze vorm van neurofeedback is complexer dan de standaard methoden. Daarom moet de behandelaar extra geschoold zijn en van speciale apparatuur gebruik maken om dit te kunnen uitvoeren.

Resultaten en effectiviteit

Verbetering op het gebied van cognitief functioneren (leren, denken, aandacht en concentratie, etc.) kunnen worden verwacht. Ook is er verbetering mogelijk op het gebied van sociaal gedrag en communicatieve vaardigheden. Er is beter contact te maken met uw kind en hij of zij is wat minder vaak in “zijn eigen wereldje”. Boosheid kan afnemen en uw kind is beter aanspreekbaar op zijn gedrag.

Autisme behandelen bij BMC Venray betekent:

  • Gratis officiële Intake
  • Direct duidelijkheid of uw klacht met neurofeedback te behandelen is
  • Indien uw klacht te behandelen is, kan worden gestart met (wekelijkse) behandelingen.
  • Indien na de intake het behandeltraject vervolgd wordt, ontvangt u een verslag van de intake.
  • Dit verslag kan – met toestemming van de cliënt – worden gedeeld met de doorverwijzende zorg verlenende partij.