Slaapproblemen

Er bestaan veel verschillende soorten slaapproblemen. Het meest voorkomende is slapeloosheid, ook wel insomnie genoemd. Andere vormen zijn onder andere parasomnie (stoornissen tijdens de slaap zoals slaapwandelen), slaap-apneu en narcolepsie (regelmatig oncontroleerbaar overdag in slaap vallen).

Slaapproblemen

 

 

slaapproblemen en steeds kijken hoe laat het is

Ruim zeven procent van de Nederlanders heeft regelmatig last van slapeloosheid. Moeite met inslapen, lang wakker blijven, te vroeg wakker worden en niet meer kunnen inslapen zijn symptomen van slapeloosheid. Wanneer klachten zich drie of meer nachten van de week voordoen en langer dan drie maanden aanhouden, dan spreken we van chronische slapeloosheid. Klachten kunnen ook kortdurend zijn en samenhangen met een periode van stress.

Hoe ouder we worden, hoe minder slaap er nodig is. En ook hoe minder er gedroomd wordt. Dit is normaal, maar veel ouderen ervaren de slapeloosheid toch als vervelend. Bovendien kunnen ouderen natuurlijk ook serieuze slaapproblemen ontwikkelen. Sommige aandoeningen, zoals Parkinson, gaan gepaard met slaapproblemen.

Moeheid kan ontstaan door slaapstoornissen als slapeloosheid. Wanneer men te weinig of onrustig slaapt, ontstaat moeheid. Maar moeheid kan ook horen bij andere problemen, zoals bijvoorbeeld fibromyalgie. Ook ons eet- en drinkpatroon, medicatiegebruik en de algemene gezondheid zijn van invloed. Wanneer u al langere tijd erg moe bent en niet weet wat de oorzaak is, dan kunt u het beste contact opnemen met uw huisarts.

De hersenmeting (QEEG)

Tot voor kort werden hersenmetingen bij mensen met slaapproblemen alleen uitgevoerd tijdens de slaap in een slaaplaboratorium. Uit recent onderzoek blijkt echter dat slaapproblemen ook overdag leiden tot veranderingen in de activiteit van de hersenen. Normaal gesproken verhoogt het brein de activiteit tijdens taken, zoals aandachtstaken. Bij mensen met slaapproblemen verlaagt de activiteit van de hersenen echter tijdens taken, vergeleken met rustmetingen.

Bij klachten als slaapproblemen kan er ook sprake zijn van overactivatie in de hersenen. Personen met bijvoorbeeld verhoogde stress blijken een verhoogde activiteit te hebben voordat ze gaan slapen, waardoor de hersenen actief blijven op het moment dat ze eigenlijk minder actief moeten gaan worden en zich moeten voorbereiden op de slaap. Deze verhoogde activiteit blijft overdag en ’s nachts bestaan waardoor deze vorm van slapeloosheid bij mensen met stress ook leidt tot veranderingen in het slaapritme. Mensen worden ’s nachts sneller wakker en zijn daardoor overdag nog steeds moe.

Bepaalde slaapproblemen en moeheid kunnen ook samenhangen met het uitblijven van specifieke veranderingen in de hersenactiviteit bij het sluiten van de ogen. Waar bij de meeste mensen de alertheid en informatieverwerking afnemen bij het sluiten van de ogen, neemt bij een gedeelte van de personen met moeheid en/of slaapproblemen de alertheid en informatieverwerking juist toe. Deze mensen hebben dan bijvoorbeeld moeite met inslapen en liggen lang wakker.

Bij mensen met chronische moeheid en fibromyalgie gaan klachten vaak samen met veranderingen in de hersenactiviteit. In het algemeen blijkt dat de hersenen minder geactiveerd worden, wat in QEEG-metingen te zien is in een verhoging van de langzame golven (delta- en thetagolven). Mensen met chronische moeheid hebben deze onderactiviteit vooral aan de voorkant van de hersenen. Bij fibromyalgie zijn deze langzame golven meer aanwezig naarmate er meer klachten zijn. De QEEG-profielen bij fibromyalgie hangen ook samen met de slaapstoornissen die deze mensen vaak hebben. Omdat de hersenen ’s nachts alerter zijn, worden mensen vaker wakker door bijvoorbeeld omgevingsgeluiden.

Neurofeedback

Het uitvoeren van neurofeedback bij slaapstoornissen en moeheid is sterk afhankelijk van de voormeting en de klachten van de cliënt. Er bestaat geen vast protocol vanwege de vele oorzaken die ten grondslag kunnen liggen aan slaapstoornissen. Mensen met continu verhoogde activiteit in rust kunnen met neurofeedback hun overactiviteit overdag trainen in de vorm van het onderdrukken van de snelle golven (bèta2-golven). Hierdoor zijn de hersenen minder actief bij het slapen gaan, waardoor het inslapen sneller verloopt. Het trainen van andere golven, zoals theta en SMR, is zinvol bij personen met slaapstoornissen zonder stress.

Bij mensen met chronische moeheid en fibromyalgie is de neurofeedbackbehandeling erop gericht om de activiteit in de hersenen te verhogen, wat er toe kan leiden dat de moeheid afneemt. Bij mensen met fibromyalgie kan het verlagen van de alphagolven leiden tot betere slaappatronen.

Voor wie

  • Kinderen en volwassenen die last hebben van slapeloosheid (niet in slaap kunnen komen, ’s nachts wakker worden en niet meer in slaap kunnen vallen).
  • Kinderen en volwassenen met vermoeidheidsklachten, waaronder mensen met fibromyalgie.

Resultaten en effectiviteit

De ervaringen met de behandeling van slaapproblemen en moeheid zijn erg goed. Ook wetenschappelijk onderzoek geeft aanwijzingen dat neurofeedback bij deze klachten behulpzaam kan zijn. U kunt verwachten dat u door de neurofeedbackbehandeling sneller in slaap zult vallen dan voorheen en dat u wanneer u ’s nachts wakker wordt, gemakkelijker weer in slaap valt. Het kan ook zijn dat u minder vaak wakker wordt dan voorheen het geval was. Uw moeheidsklachten kunnen vervolgens afnemen. Bij mensen met fibromyalgie kan naast een verbetering in het slaappatroon er ook een verbetering plaatsvinden in klachten als spierpijn, hoofdpijn en moeheid. Bovendien kunnen bij deze mensen symptomen die lijken op een depressie of angst verminderen na het volgen van neurofeedback.

Slaapproblemen behandelen bij BMC Venray betekent:

  • Gratis officiële Intake
  • Direct duidelijkheid of uw klacht met neurofeedback te behandelen is
  • Indien uw klacht te behandelen is, kan worden gestart met (wekelijkse) behandelingen.
  • Indien na de intake het behandeltraject vervolgd wordt, ontvangt u een verslag van de intake.
  • Dit verslag kan – met toestemming van de cliënt – worden gedeeld met de doorverwijzende zorg verlenende partij.